Freek is one of the most knowledgeable people In NL when it comes to cross border corporate structures that are fiscally solid and efficient; having met many lawyers over the past 20 years, I’d recommend him.

- Alarik van Doorn

Zin en onzin over gemiste kansen belastingopbrengsten ontwikkelingslanden

Regelmatig is er publieke verontwaardiging over de (vermeende) rol van Nederland als belastingparadijs. Nederland zou helpen om ontwikkelingslanden van een gigantisch bedrag aan belastinginkomsten te bestelen.

De verontwaardiging lijkt zijn pijlen te richten op drie punten. (1) Nederland zou belastingverdragen hebben met ontwikkelingslanden waardoor die beperkt worden in hun mogelijkheden om belasting te heffen van buitenlandse investeerders. (2) Nederland zou vol zitten met brievenbusmaatschappijen die ten onrechte gebruik maken van die belastingverdragen. (3) Nederland zou te weinig belasting heffen van die brievenbusmaatschappijen.

Punt (1) – de belastingverdragen met ontwikkelingslanden- berust op een onjuist uitgangspunt. Met de armste landen heeft Nederland weinig belastingverdragen. Nederland heeft dat met slechts 9 van de 50 landen met de laagste BBP per inwoner.

Belangrijker, het gaat voorbij aan twee fenomenen. Ten eerste afwenteling van belasting, wat erop. neerkomt erop dat degene bij wie formeel een belasting wordt geheven zoveel mogelijk zal proberen om deze belasting door te berekenen in lagere kosten of hogere prijzen. In hoeverre (een van) beide gebeurt, hangt af van de marksituatie. De kapitaalmarkt is een wereldmarkt. Als een ontwikkelingsland een (hoge) bronbelasting op rente heft, dan zullen buitenlandse geldschieters de bruto rente verhogen. Want anders loont het meer om uit te lenen aan debiteuren in landen zonder zo’n hoge bronbelasting. Dat laat ook meteen een tweede fenomeen zien. Belastingheffing kan de netto opbrengst zodanig verlagen dat een bepaalde investering niet meer lonend is. Dat betekent dat een land dat buitenlandse investeerders zwaar belast, er mee geconfronteerd zal worden dat die weg blijven.
Een ander belangrijk punt is de relatie tussen belastingbetaling en overheidsdiensten. Als een land goede overheidsdiensten biedt – zoals infrastructuur, onderwijs, rechtsstelsel -, biedt het voordelen aan buitenlandse investeerders. Als die voordelen groot genoeg zijn, zal een investeerder (hogere) belastingen accepteren. Landen met slechte overheidsdiensten – typisch voor ontwikkelingslanden – zullen daarom alleen buitenlandse investeerders kunnen aantrekken als ze beschikken over grote lokale rijkdommen of als ze weinig belasting heffen van buitenlandse investeerders. Dat kan een goed ontwikkelingsmodel opleveren. Buitenlandse investeringen die leiden tot economische groei kunnen uiteindelijk de overheid in staat stelen meer belasting te heffen van de eigen bevolking om aldus betere overheidsdiensten te financieren.

Verder ben ik van mening dat belasting primair van de eigen inwoners moet worden geheven. Zij hebben het meeste belang bij hun eigen overheid. Belastingheffing van de eigen bevolking kan op de langere termijn nauwelijks zonder die bevolking ook democratische invloed te geven.

Ook punt (2) – Nederland zit vol met brievenbusmaatschappijen – behoeft nuancering. Wat een brievenbusmaatschappij is, is minder eenduidig vast te stellen dan het lijkt. U denkt, wellicht, een brievenbusmaatschappij is een BV zonder substance in Nederland, een BV zonder werknemers en met buitenlandse aandeelhouders. Maar, is het wel zo simpel? De ING groep, bijvoorbeeld, wordt door velen als een echt Nederlands bedrijf gezien. Maar wist u dat onder ING Groep NV meer dan duizend Nederlandse BVs hangen, terwijl er waarschijnlijk minder dan tien daarvan personeel in loondienst hebben? Wist u dat de aandelen in ING Groep NV waarschijnlijk voor meer dan de helft in buitenlandse handen zijn? Kortom, er zijn binnen de ING groep vele BVs zijn die als brievenbusmaatschappij gezien zouden kunnen worden. Onterecht? Mogelijk wel, maar het onderscheid tussen een BV van de ING groep en een BV van de Royal Bank of Scotland groep is moeilijker te maken dan het lijkt. Veel zogenoemde brievenbusmaatschappijen beschikken over een Nederlandse directie en behoren tot multinationale concerns die ook in Nederland actief zijn.

Verder is er geen brede consensus ‘onterecht gebruik’. Velen hebben slechts een intu├»tief idee Wat wel algemeen aanvaard wordt, is het recht voor eenieder om zijn leven, werkzaamheden en bezittingen zo in te richten dat binnen de wettelijke grenzen zo min mogelijk belasting verschuldigd is.
Dan het derde punt – Nederland heft te weinig belasting over buitenlands inkomen. Ten eerste, buitenlands inkomen moet in ten minste twee categorie├źn verdeeld worden. Ruwweg is het zo dat Nederland inkomen met een sterke band met het buitenland niet belast en inkomen met een lossere band met het buitenland wel belast, maar eventuele buitenlandse belasting in aftrek laat op de in Nederland verschuldigde belasting. Het Nederlandse belastingstelsel, inclusief de belastingverdragen, probeert daarnaast te voorkomen dat er sprake is van economische dubbele belasting.
De Nederlandse belastingheffing in grensoverschrijdende situaties is goed verdedigbaar en geen vorm van fiscale piraterij.

Waar ik een voorstander van ben, is dat Nederland meer belastingverdragen sluit met ontwikkelingslanden. Waarom? Dat zal Nederlandse ondernemingen aanmoedigen om in deze landen te investeren. Maar ook omdat uitwisseling van informatie een belangrijk onderdeel van die verdragen is. Zonder verdrag kan de belastingdienst in een ander land geen informatie opvragen bij de Nederlandse belastingdienst. Juist gebrek aan informatie, maakt het mogelijk om belasting te ontgaan.